Op deze pagina kunt u (een deel van) de bij PTG/e beschikbare analyse apparatuur en technieken vinden inclusief een korte beschrijving van het apparaat of de techniek.

Daarnaast is het ook mogelijk om een pdf overzicht van beschikbare analyse apparatuur en technieken te downloaden.

Melt Flow Index (MFI)

Met een MFI bepaling kan een waarde (gram per 10 minuten) bepaald worden voor het vloeigedrag van een kunststof bij een standaard temperatuur en een standaard gewicht, conform ISO norm 1133.

Metingen worden uitgevoerd met een Karg MeltFlow basic apparaat, uitgerust met diverse gewichten.

Met de MFI bepaling kan bijvoorbeeld gecontroleerd worden of een materiaal met een beoogde MFI, conform datasheet geleverd is. Wanneer meer inzicht in het vloeigedrag van polymeren gewenst is, kan gebruik gemaakt worden van een reometer.

Nuclear Magnetic Resonance (NMR) spectroscopie

Kernspinresonantiespectroscopie, of in het Engels NMR spectroscopy, is een chemische analysemethode, die gebruikt wordt voor de identificatie en analyse van organische stoffen. Met NMR spectroscopie is het mogelijk informatie te krijgen over de moleculaire structuur van een monster.

Metingen worden uitgevoerd met een Varian Mercury 400 MHz spectrometer. De meest gebruikte methode is proton NMR (1H-NMR), maar daarnaast is koolstof (13C-NMR) en fluor NMR (19F-NMR) ook mogelijk. Voor een correcte meting is het noodzakelijk dat het monster (~2 mg) oplost in een geschikt NMR oplosmiddel.

Met een NMR meting kan een onbekende organische verbinding geïdentificeerd worden. Daarnaast wordt deze techniek ook vaak toegepast om te controleren of modificatie van een materiaal succesvol is.

Platenpers

Met een platenpers kunnen monsterplaatjes geperst worden voor verdere analyse zoals DMTA, reologie, trekproeven, etc.

Materiaal verwerking wordt uitgevoerd op een Dr. Collin P200E platenpers, die verwarmd kan worden tot 300°C. Door gebruik te maken van specifieke mallen kunnen films van diverse diktes geperst worden. De mallen kunnen snel gekoeld worden met koelcassettes.

De grootst mogelijke monsterplaatjes, die geperst kunnen worden, zijn 150 bij 150 mm, met een maximale dikte van 4 mm.

Reologie

Reologiemetingen kunnen worden gebruikt om informatie te verkrijgen over het vloeigedrag van een materiaal bij verschillende temperaturen en afschuifsnelheden.

Metingen worden uitgevoerd met een TA Instruments DHR-2 reometer, uitgerust met een parallele plaat geometrie. Deze geometrie kan in een ETC oven geplaatst worden, waardoor er binnen een temperatuurbereik van 30 tot 600 °C gemeten kan worden.
Verder is er een Peltierplaat beschikbaar voor het meten van (viskeuze) vloeistoffen, waarbij gemeten kan worden binnen een temperatuurbereik van -20 tot 200 °C. Hierbij kan ook gebruik gemaakt worden van een solvent trap om verdampen van de vloeistof tegen te gaan.

Reologie-experimenten kunnen worden uitgevoerd op twee manieren: constante temperatuur / variabele frequentie of variabele temperatuur / constante frequentie. Uit de experimenten met variabele frequentie kan ook een waarde voor de zogenaamde ‘zero shear’ viscositeit worden afgeleid.

Röntgenfluorescentiespectrometrie (XRF)

Met röntgenfluorescentiespectrometrie of X-ray Fluorescence (XRF) is het mogelijk om op een niet destructieve manier een elementanalyse uit te voeren aan een monster.